Web Site  

woman Geertruij "Geertje" Overes‏‎
Geboren ‎3 aug 1831 Alphen en Rietveld
Overleden ‎2 mrt 1910 Bodegraven‎, 78 jaar
[Tekst]
Geertje Overes koopt op 05-05-1900 een perceel grond in de Prins Hendrikstraat te Bodegraven voor fl 150,- van architect Johan Herman Eshuijs, waarschijnlijk om daar door hem een huis op te laten bouwen; (kadastraal C 1785).
Haar boerderij Raadwijk aan de Zuidzijde in Bodegraven had zij sinds 1894 verpacht aan Bartholomeus Vink; De boerderij werd verkocht na haar overlijden op 7 maart 1911, aan de weduwe J. Spruijt uit Laag Nieuwkoop.
Waarschijnlijk vestigde zij zich in 1894 al op het dorp (D124, later DZ 47) zoals wordt vermeld in het BR Bodegraven (1890-1900).
Op 16 maart 1911 werd haar inboedel verkocht, in haar sterfhuis aan de Wilhelmina straat; o.a diverse luxe meubels, een piano, een antieke staande klok met orgelspeelwerk, zilveren bestek, juwelen, en gouden sieraden, waaronder een gouden kap, ketting met boot en een kerkboek met gouden slot.
Waarschijnlijk kwamen de antieke klok, de juwelen en sieraden uit de winkel/erfenis van de familie Cocx uit Amsterdam.

Gehuwd ‎22 feb 1854 Alphen en Rietveld
[tekst]
Getuigen bij het huwelijk:
Cornelis Bartholomeus Cocx, 33 jaar, juwelier, schilder te Amsterdam, broer bruidegom.
Gerrit Overes, 42 jaar, bouwman, Alphen, broer bruid
Adrianus Overes, 32 jaar, bouwman, Alphen, broer bruid
Arie Overes, 26 jaar, zonder beroep, Alphen, broer bruid.
(huwelijksgetuige Adrianus Overes, Arie Overes, Gerrit Overes) (38 jaar gehuwd) met:

man Johannes Theodorus Cocx‏‎
Geboren ‎13 jan 1828 Amsterdam
[tekst]
Zoon van Cornelius Johannes Cocx, juwelier op het Rokin (ovl 21 nov 1852 te Amsterdam), en Petronella Catharina van den Hoven, wonend te Amsterdam (febr 1854).

Overleden ‎12 nov 1892 Bodegraven‎, 64 jaar
Beroep: Landbouwer
[tekst]
ook veehouder

[Tekst]
Omstreeks 1865 liet, waarschijnlijk Johannes Theodorus Cocx, een hofstede aan de Oude Rijn bouwen tussen Bodegraven en Nieuwenbrug.
De boerderij staat nu nog bekend onder de naam Raadwijk, Zuidzijde 71.
De grond waarop hij bouwde behoorde tot een boerderij genaamd Boschlust, die in 1853 stond aan de Zuidzijde nr. 18. in Bodegraven.
In 1853 werd op die plaats in een openbare vrijwillige verkoping een "hechte, sterke, weldoortimmerde bouwmanswoning, verkocht genaamd Boschlust, toen gelegen Zuidzijde 18 te Bodegraven. Bij de boerderij behoorde ca 24 bunder wei- hooi- en boomgaardland gelegen in Bodegraven en Zwammerdam.
De verkoop geschiede waarschijnlijk door de erven van Johannes of Jan Bos gehuwd met Lijsje Bijen. Betreffende aktes gepasseerd bij Notaris Gordon in Bodegraven zijn waarschijnlijk bij de grote brand in 1870 in Bodegraven verbrand.
N.B. in 1832 (start kadaster) was Johannes Bos, wonend te Hekendorp eigenaar.

De vermoedelijke koper: Hieroniemus Joannes Sleurs, toen o.a. Medicinae Doctor (academisch arts) te Bodegraven; een zeer vermogend patriciër.
H.J. Sleurs bracht de boerderij onder in een 200 bunder groot landgoed, dat hem voor een groot deel toegekomen was van zijn overleden echtgenote Vrouwe Elisabeth Sophia Timmermans.
In 1864, bij zijn overlijden, bestond het landgoed uit: De Buitenplaats Boschlust, gelegen in Bodegraven nabij Nieuwerbrug, een nabij gelegen Bouwmanswoning met 19,5 bunder land, twee er tegenover gelegen woningen, drie kapitale hofsteden onder Bodegraven met land gedeelltelijk gelegen in Zwammerdam en Nieuwkoop, tesamen 93 bunder, een kapitale hofstede in Aarlanderveen van ca 35 bunder, en nog ca 35 bunder land onder Zwammerdam.
H.J. Sleurs bezat ook nog percelen land in Schoonderloo, die hem eveneens toegekomen waren van zijn in 1849 in Bodegraven overleden echtgenote.
Het 200 grote landgoed werd waarschijnlijk door de neven en nichten van H.J. Sleurs in september 1864 verkocht; hij had zelf geen kinderen en overleed 31-05-1864 in Den Haag.
Koper van een van de boerderijen uit het landgoed was waarschijnlijk J.T. Cocx, die volgens het bevolkings register er al sedert 1854 woonde, en dus waarschijnlijk pachter was van H.J. Sleurs, nadat deze de boerderij kocht en de familie Bos er van verhuisde.

Volgens overlevering zou J.T. Cocx de oude boerderij Boschlust gesloopt hebben, en bouwde iets meer naar de Rijn gelegen een nieuwe boerderij, en gaf er de naam Raadwijk aan, nu nog gelegen aan de Zuidzijde 71.
De heer Cocx was zeer actief als secretaris van de Hollandsche Maatschappij van Landbouw afdeling Bodegraven, en bovendien was hij voorzitter van "De Liberale Kiesvereeniging" in Bodegraven, de voorloper van de VVD.

Op 16-02-1869 bracht J.T. Cocx een bod uit van fl 17.150, uit op de boerderij met ca 9 bunder land in de Steekter polder.
De boerderij was onderdeel van de ca. 19 bunder grote boerderij in de Steekter en Rijneveldse polder, onderdeel van de erfenis van zijn schoonvader Bart Overes.
De boerderij wordt voor een hoger bedrag afgemijnd; hr. Cocx ontvangt het trekgeld: fl 150,- .
[bron: Archieven van de notarissen residerende te Alphen, 1668-1935; Inventarisnummer: 144]

Nadat J.T. Cocx in 1892 overleed, werd 24 hectate grote boerderij Raadwijk in 1893, te koop gezet; zoons en dochters hadden inmiddels eldes een bedrijf, o.a. zoon Cornelis Johannes Cocx, die aanvankelijk samen met zijn broer Bartholomeus Cornelis Martinus op een boerdrij aan de Noorzijde van Bodegraven boerde; Bart vestigde zich in 1893 met gezin in Aarlanderveen. Cornelis verkocht de boerderij aan de Noordzijde in 1912, en vertok naar Schoten (bij Haarlem).
Uiteindelijk werd Raadwijk aan de Zuidzijde niet verkocht in 1893, maar werd in 1911 na het overlijden van Geertje Overes, die de boerderij sind 1894 verpacht had aan Bartholomeus Vink, verkocht aan de weduwe J. Spruijt uit Laag Nieuwkoop.
.
J.T. Cocx was zoon uit een juweliers gezin op het Rokin nr. 38 in Amsterdam.
Op 18-03-1845 waren vader Cornelis Johannes Cocx en zijn zoon Cornelis Bartholomeus medeoprichters, ieder voor één aandeel van fl 1000,- , van de NV "Diamantslijperij - Maatschappij" te Amsterdam.
Het startkapitaal van fl 350.000,- werd bijeen gebracht door 51 juweliers.
Het doel van de NV was om voornamelijk door aankoop van Amsterdamse diamant slijpers-fabrieken, ca 350 diamantslijpers zitplaatsen te verwerven, en die vervolgens te verhuren. [ Zie: http://m.iamsterdam.com/explore_locations/view/224 ]
.
Familie Cocx bezat ook nog een eigen onderneming: "Cocx & Comp, Handel in Diamanten, Paarlen en andere Edelgesteenten", die in 1864, na het overlijden van mevr vd Hoven geliquideerd werd.
De naam Cocx was tot in 2014 bekend in de juweliers wereld, n.l. in de bekende Amsterdamse Juweliers firma: Koninklijke Jansen Post & Cocx, opgericht in 1902, later onderdeel van de Aurum groep [ zie: http://www.jpc.nl/?param=bedrijf ]; (Johannes Wilhelmus Theodous Cocx overleden 1927 en Roelandus Jansen waren o.a. firmanten).
In januari 2014 kwam door failissement een einde aan het bestaan dit, door o.a. de familie Cocx gestichte bedrijf.

Voor meer informatie neem contact op met Leo den Hollander: E-mail: vitelcom@wxs.nl